BNP en troponine I metingen verbeteren risicostratificatie van acute HF patiënten niet

19-6-2017 • JGF Cleland et al, Eur J Heart Fail 2017

Measurement of troponin and natriuretic peptides shortly after admission in patients with heart failure—does it add useful prognostic information? An analysis of the Value of Endothelin Receptor Inhibition with Tezosentan in Acute heart failure Studies (VERITAS)

 
Cleland JGF, Teerlink JR, Davison BA, et al, for the VERITAS Investigators
Eur J Heart Failure 2017; 19(6):739–747
 

Introductie en methoden

Patiënten met acuut hartfalen (AHF) hebben een hoog risico op ziekenhuisopname voor HF en sterfte binnen 30 dagen na ziekenhuisopname [1]. Nauwkeurige risicostratificatie in de acute fase zou artsen kunnen ondersteunen om de meest geschikte behandelstrategie te kiezen, wat zou kunnen leiden tot een betere prognose voor deze patiënten [2]. Bestaande voorspellende modellen hebben beperkt klinisch nut omdat ze niet erg nauwkeurig zijn, met name ten aanzien van heropnames [3].
 
In deze retrospectieve analyse van de Value of Endothelin Receptor Inhibition with Tezosentan in Acute heart failure (VERITAS) studies [4], werd de waarde van toevoeging van BNP en troponine I aan conventionele prognostische markers geëvalueerd. Hiertoe werden multivariabele prognostische modellen op basis van baseline klinische data gecreëerd voor:
  1. De samenstelling van sterfte, verslechtering van HF tijdens opname, of heropname op 30 dagen,
  2. Sterfte of HF heropname op 30 dagen,
  3. Sterfte op 90 dagen.
Met uitzondering van biomarkerdata, bevatte het multivariabele model leeftijd, hartfrequentie, ademfrequentie, SBP, geschiedenis met COPD of DM of congestief HF of nierfalen, of dyspneu ernst volgens de visuele analoogschaal (dyspneu VAS) bij baseline, albumine, bloedureum-stikstof (BUN), hemoglobine en natrium.
 
Data van 1347 patiënten (93%) in de VERITAS studies werden geanalyseerd. Zij waren binnen 24 uur na opname voor AHF in de studie geïncludeerd, en werden gerandomiseerd naar intraveneuze tezosentan, een endotheline-antagonist, of placebo. BNP en troponines werden retrospectief gemeten op bewaard plasma, omdat dit in slechts 20% van de patiënten werd gemeten toen de studie nog liep. Bovendien werd troponine I, en niet troponine T, in deze studie gebruik, omdat meer troponine T waarden ontbraken. Troponine I en T waarden correleerden sterk.
 
Noot van de redactie: Het VERITAS programma werd vroegtijdig gestopt vanwege de lage waarschijnlijkheid dat een significant behandeleffect werd bereikt.
 

Belangrijkste resultaten

  • BNP waarden werden geëvalueerd in de meeste patiënten, met een mediane waarde van 422 pg/mL en 5% van de patiënten had waarden onder het detectielimiet van het assay (41 pg/mL).
  • Meting van BNP voegde niets toe aan het model en troponine I voegde een beetje informatie toe, waarbij de c-index steeg tot 0.6595 (vanaf 0.6528), zonder dat dit significant verschillende c-statistieken opleverde tussen de modellen.
  • Na 30 dagen, waren 150 mensen overleden of opnieuw opgenomen voor HF. De onafhankelijke voorspellers voor deze uitkomst waren leeftijd, hartfrequentie, SBP, geschiedenis met congestief HF, dyspneu VAS bij baseline, albumine, Bun, hemoglobine en natrium.
  • Het uiteindelijke model resulteerde in een c-statistiek van 0.6855, die niet significant was verbeterd door een van de biomarkers.
  • Na 30 dagen waren 97 dagen gerehospitaliseerd voor verslechterend HF. Het risico op ziekenhuisopname voor verslechterend HF was geassocieerd met vergelijkbare baseline-eigenschappen, maar troponine I, noch BNP, bleek voorspellend voor deze uitkomst.
  • Na 90 dagen waren 135 patiënten overleden. Biomarkers lieten in univariabele analyses een veel sterkere relatie met mortaliteit zien dan met het samengestelde eindpunt. Het multivariabele model identificeerde leeftijd, hartfrequentie, SBP, geschiedenis met COPD of vasculaire ziekte, of dyspneu VAS bij baseline, aantal witte bloedcellen, albumine, BUN, en natrium als significante voorspellers van sterfte met een algemene c-statistiek van 0.7394. BNP verbeterde de prognostische informatie niet. Toevoeging van troponine I gaf een kleine verbetering van de c-index tot 0.7461. Het verschil in c-indices tussen de twee modellen was niet statistisch significant.

Conclusie

Voor AHF patiënten in de VERITAS studie bleek de voorspellende waarde van gebruikelijke klinische metingen kort na ziekenhuisopname beperkt voor het identificeren van sterfte of heropname na 30 dagen, maar iets beter voor het voorspellen van sterfte door alle oorzaken op binnen 90 dagen. Meten van BNP en troponine I bij opname verbeterde de voorspelling van geen van de uitkomsten.
 
 
Vind dit artikel online op Eur J Heart Failure
 

Referenties

1. O’Connor CM, AbrahamWT, Albert NM, et al. Predictors of mortality after discharge in patients hospitalized with heart failure: an analysis from the Organized Program to Initiate Lifesaving Treatment in Hospitalized Patients with Heart Failure (OPTIMIZE-HF). Am Heart J 2008;156:662–673.
2. O’Connor CM, Mentz RJ, Cotter G, et al. The PROTECT in-hospital risk model: 7-day outcome in patients hospitalized with acute heart failure and renal dysfunction. Eur J Heart Fail 2012;14:605–612.
3. Lassus J, Gayat E, Mueller C, et al; GREAT-Network. Incremental value of biomarkers to clinical variables for mortality prediction in acutely decompensated heart failure: The Multinational Observational Cohort on Acute Heart Failure (MOCA) study. Int J Cardiol 2013;168:2186–2194.
4. McMurray JJ, Teerlink JR, Cotter G, et al; VERITAS Investigators. Effects of Tezosentan on Symptoms and Clinical Outcomes in Patients with Acute Heart Failure. The VERITAS Randomized Controlled Trials. JAMA 2007;298:2009–2019.


Acuut HartfalenBiomarkersBNPhartfalenPCIrisicostratificatieTezosentantroponineVERITAS