Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Spironolacton verbetert CV uitkomst niet bij hartfalen met behouden ejectiefractie

AHA 2013 - LBCT.3

Nieuws - 18 nov. 2013


Treatment Of Preserved Cardiac Function Heart Failure with an Aldosterone Antagonist (TOPCAT)

 
Gepresenteerd op het AHA congres 2013 door Dr. Marc Pfeffer (Brigham & Women’s Hospital, Harvard, Boston, MA, VS)
LBCT III - Medical and Surgical Approaches to Improving Heart Failure Outcomes
 

Achtergrond

Bij gebrek aan een bewezen effectieve behandeling om de prognose van mensen met hartfalen met behouden linker ventrikel ejectiefractie (HFpEF) blijft de behandeling empirisch. Van mineralocorticoïd receptorantagonisten is aangetoond dat zij het risico op sterfte en andere ernstige cardiovasculaire (CV) aandoeningen verminderen bij patiënten met hartfalen met verminderde EF en na een myocardinfarct.
De Treatment Of Preserved Cardiac Function Heart Failure with an Aldosterone Antagonist (TOPCAT) trial is een internationale gerandomiseerde placebogecontroleerde studie die de effectiviteit en veiligheid van spironolacton (15 mg getitreerd tot 45 mg) onderzocht in 3445 patiënten met HFpEF. Patiënten werden gemiddeld 3.4 jaar gevolgd. Het primaire eindpunt was tijd tot een eerste event van CV mortaliteit, succesvol gereanimeerde hartstilstand (aborted cardiac arrest) of ziekenhuisopname voor hartfalen.
 

Belangrijkste resultaten

  • Er werd geen verschil gezien ten aanzien van het primaire eindpunt, tussen behandeling met spironolacton en placebo (spironolactone: 320 events/172 (18.6%), placebo: 351/1723 (20.4%), HR: 0.89, 95%CI: 0.77-1.04, P=0.138).
  • Alleen de primaire eindpunt-component ziekenhuisopname liet een significant lagere kans zien na spironolacton in vergelijking tot placebo (3.8/100 patiëntjaren vs. 4.6/100 patiëntjaren, HR: 0.83, 95%CI: 0.69-0.99, P=0.042).
  • Er werd geen statistisch significant verschil gezien tussen de behandelingen ten aanzien van veiligheidsuitkomsten (sterfte en ziekenhuisopname door alle oorzaken), noch in het aantal patiënten met complicaties, of het aantal gerapporteerde complicaties.
  • Na spironolactonbehandeling werd vaker hyperkalemie (>5.5 mmol/L) gezien (18.7% vs. 9.1%, P<0.001), en minder vaak hypokalemie (<3.5 mmol/L, 16.2% vs. 22.9%, P<0.001).
    Ook was de kans op verhoging (twee keer zo hoog ten opzichte van bovenste limiet van normaal) van creatinine hoger na spironolactone (HR: 1.49, 95%CI: 1.18-1.87, P<0.001).
 

Conclusie

Behandeling van patiënten met HFpEF met spironolacton biedt geen voordeel ten aanzien van CV mortaliteit, succesvol gereanimeerde hartstilstand, hoewel wel een daling van het aantal ziekenhuisopnames voor hartfalen werd geobserveerd. Het gebruik van spironolacton vergt een nauwkeurige monitoring van kalium en creatinine.
 
Disclaimer
Onze berichtgeving van het AHA congres 2013 is volledig gebaseerd op de door de AHA beschikbaar gestelde informatie tijdens persconferenties en op de website.
 

Agenda • 20 november 2013, 18:45 uur, Dallas, Texas

AHA InterReview 2013

Op woensdagavond 20 november a.s. organiseert MSD BV in samenwerking met Benecke de AHA InterReview® 2013. Onder voorzitterschap van prof. dr. J.W. Jukema (cardioloog, LUMC Leiden) vatten vier vooraanstaande cardiologen de laatste ontwikkelingen in de klinische cardiologie op het AHA-Congres 2013 voor u samen.

Webcast • AHA, Dallas

Breekt spironolacton de ban?

AHA Journaal Voor diastolisch hartfalen is nog geen effectieve medicatie gevonden. Prof. Adriaan Voors (UMC Groningen) vraagt zich af of spironolacton in TOPCAT de ban gaat breken.

Deel deze pagina met collega's en vrienden: